Artikel

De geschiedenis van architectuurprincipes

Het recent verhoogd gebruik van principes onder de noemer architectuurprincipes voor beleid, ontwikkeling en realisatie van ICT-innovatie en bedrijfsinnovatie binnen organisaties, vraagt om een uitvoerige historische beschouwing van principes. Het blijkt dat principes in de huidige enterprise architectuur praktijk op zeer veel verschillende wijzen worden gehanteerd en met zeer wisselend succes. Met dit artikel heeft een architect in de organisatie meer houvast en controle vanuit de historische functie en effectiviteit van het instrument principe.

Inleiding

Om de aard en de functie van het instrument ‘principe’ in het enterprise architectuur vakgebied beter te begrijpen en principes zelf als architect gerichter te kunnen toepassen, is het van belang de geschiedenis van principes te verkennen in en rond de context van bouwkunde.

Omdat in de spreektaal het begrip principe net iets anders wordt gebruikt dan in de architectuur, is het ook voor de geïnteresseerde in enterprise architectuur zinvol om kennis te nemen van de geschiedenis van principes in dit artikel.

Het begrip principe wordt door vele beoefenaars van verschillende vakgebieden, zoals ethiek, taalkunde, bouwkunde, bedrijfskundige en informatiekunde gebruikt als synoniem voor normative uitspraken als regel, uitgangspunt, eis, randvoorwaarden doel en intentie. Dit artikel geeft inzage in voorbeelden, voordelen en nadelen van het gebruik van het begrip principe als containerbegrip of als alternatief label voor andersoortige uitspraken.

Het begrip principe wordt soms gebruikt voor beweringen, feiten of opvattingen die nog niet voldoende zijn getoetst en daarom nog niet als principe mogen gelden, maar nog een hypothese (een nog niet bewezen stelling die het beginpunt vormt van een theorie) of een axioma (een nog niet bewezen, maar wel aanvaarde verklaring of stelling die als uitgangspunt dient waaruit andere verklaringen worden afgeleid) zijn. Axioma en postulaat zijn in deze synoniemen. Dit artikel richt zich op het uitdiepen van de functie van het principe in het verhogen van de kwaliteit van ontwerp en realisatie van systemen zoals bouwwerken. Principes die zich voor deze functie lenen zijn zo sterk en goed, dat ze zich ervoor lenen dat alles en iedereen zich er afhankelijk van maakt, er op bouwt en erop vertrouwd. Echter in de praktijk geldt voor vele (zogenaamde) principes niet dat men er op kan bouwen en vertrouwen. Dat is in die gevallen dat een bepaalde oorzaak-gevolg relatie niet voorspelbaar is, niet wordt afgedwongen, of niet voldoet aan wat men ervan mag verwachten.

Door de eeuwen heen wordt bij het ontwerpen en realiseren van systemen zoals bouwwerken door architecten gebruik gemaakt van principes. Dit doen zij om beter te begrijpen hoe onder andere technologie succesvol is toe te passen in een ontwerp van een bouwwerk, om zo aan gestelde eisen tegemoet te komen. Ook worden principes gebruikt om de werking van innovatieve oplossingsrichtingen in concepten of gebruikte oplossingsrichtingen in systemen uit verleden goed te begrijpen. Ook fenomenen hebben hun principes. In stromingen van onder andere geloof, wiskunde, ethiek en filosofie worden fenomeenprincipes gebruikt om de werking van en hoe de wereld in elkaar steekt en alles wat er gebeurt beter te begrijpen.

Beter begrip van principes zorgt ervoor dat fenomenen meer ten goede kunnen worden gebruikt door architecten in relatie tot duurzaamheid en toekomstvastheid van bouwwerken. In dit artikel komen voorbeelden van verschillende principes en soorten principes aanbod om de lezer een beeld te geven van de ontwikkeling op het gebied van principes en de voordelen en nadelen van het strikte en minder strikte gebruik van principes bij ontwerp en realisatie.

Dit artikel poogt om de lezer te helpen in zijn dagelijkse praktijk om echte principes beter te kunnen onderscheiden van onechte principes. Tevens poogt dit artikel de lezer te helpen in het verbeteren van de formulering van principes teneinde principes effectiever te laten zijn in zijn dagelijkse praktijk.

Aan de hand van een chronologische overzicht wordt in de volgende paragraven stilgestaan bij de verschillende soorten principes die zijn gebruikt voor verschillende soorten bouwwerken. We beginnen de reis bij de behoefte voor het creëren van tijdelijke schuilplaatsen, gaan langs de wiskunde, vroege stedenbouw en het bouwen van piramides, bekijken de ontwikkelingen van aquaducten, maken een uitstap naar de opera in Parijs en gotische en romaanse kerken, staan kort stil bij Dhamma (of Dharma) en eindigen bij de prima facie principes. Bij al deze onderwerpen staan we stil bij een voorbeeld van een principe zoals dat werd én wordt gebruikt bij het ontwerpen en realiseren van bouwwerken. We sluiten dit artikel af met een kort pleidooi om normatieve uitspraken niet te labellen als principe, maar dit voor te behouden aan gehandhaafde werkwijze-uitspraken. Dit op basis en naar aanleiding van de geschiedenis van principes.

De oorsprong van het woord principe

Voordat we met deze chronologische rondgang beginnen behandelen we eerst de oorsprong van het woord principe. Het woord principe is volgens velen afkomstig van het Latijnse woord principium dat ‘bron’, ‘start’ of ‘begin’ betekent en dat is weer afkomstig van het Latijnse woord princeps en dat betekent ‘heerser’, ‘eerste burger’, ‘keizer’ of ‘hoofd’. In feite degene die bepaald en afdwingt hoe alles gebeurt, in elkaar steekt of werkt.

Het woord principium werd gebruikt, onder andere door Marcus Vitruvius Pollo (een architect uit het Romeinse Rijk rond het begin van onze jaartelling), om uit leggen wat waar is en onomstotelijk vaststaat en als wet voor iedereen geldt. Vitruvius zag een principe als het element, de wet of kracht die specifieke resultaten produceert of bepaalt. Zo nam Vitruvius principes waar in het menselijk lichaam, zoals symmetrie en proportie, die zouden zorgen voor perfectie. Het menselijk lichaam was voor hem de bron van goede principes. De principes van het menselijk lichaam dienden volgens hem te worden hergebruikt bij het ontwerpen van tuinen en bouwwerken omdat dit altijd zou leiden tot een perfect resultaat: een ultieme combinatie van schoonheid, robuustheid en bruikbaarheid.

Figuur 1, Symmetrie en proportie in het menselijk lichaam volgens Vitruvius

Het principe van proportieconcept wordt tot op de dag van vandaag door elke landschapsarchitect gebruikt om in het ontwerp en in de realisatie van het landschap een spannende en evenwichtige verhouding van entiteiten voor elkaar te krijgen. Dit soort principe wordt een ontwerpprincipe genoemd.

De eerste soort principes: het ontwerpprincipe

Een ontwerpprincipe is een principe dat geldig is in de context waarbinnen de architect een bouwwerk ontwerpt. Dit kan op twee manieren zo gekomen zijn. Het kan zijn dat de werking van een concept, systeem of fenomeen door iets in de omgeving van het bouwwerk binnen de context al wordt afgedwongen door een handhavingmechanisme. Bijvoorbeeld het principe van zwaartekracht wordt afgedwongen door de aantrekkingskracht die twee massa's tot elkaar hebben, waarbij in ons geval de aarde vergeleken met de mens een zo grote massa is, dat wij als het ware steeds vast blijven plakken op de aarde. Het principe van symmetrie bijvoorbeeld wordt weer afgedwongen door de wijze waarop onze ogen en hersenen werken als onderdeel van ons lichaam. Dus zwaartekracht en symmetrie zijn als principes geldig op aarde en in de mensheid. Dus bij alles wat de mensheid voor de aarde ontwerpt is het slim rekening te houden met de ontwerpprincipes: het principe van zwaartekracht en het principe van symmetrie.

Het kan ook zijn dat de architect een concept, systeem of fenomeen heeft gekozen in zijn totaalconcept of heeft geplaatst binnen de context, zodat hij in het ontwerp voor een bouwwerk dat hij maakt er verstandig aan doet rekening te houden met de principes van het concept, systeem of fenomeen die gelden in de context. Bijvoorbeeld het principe van waterkering.

Jarenlang zijn mensen bezig geweest om te achterhalen welke ontwerpprincipes binnen de context van de aarde geldig zijn, zodat men er beter rekening mee kan houden in geval van het ontwerpen van een bouwwerk voor op de aarde.

Een van die mensen was Vitruvius. Volgens Vitruvius vormden de armen en benen van mensen punten op een ideale cirkel. Dit principe van menselijke proportie, zoals Vitruvius waarnam en schetste, is uiteindelijk niet precies waar gebleken, maar de basis gedachte over een soort van natuurlijke verhouding tussen entiteiten (ledematen) van mensen is gebleken correct te zijn. Alleen niet de verhouding die Virtuvius in gedachten had. Een verhoudingsmaat betreffende ultieme proportie die we hier ook dienen te noemen is de gulden snede (Divina Proportia). De gulden snede (in de wiskunde aangeduid als Φ - Fie) is de optimale verhouding der dingen die we overal in de natuur tegenkomen. Fie heeft als waarde: 1.618 0339 887. Dit verhoudingsgetal gebruikt in de zijden of secties van een rechthoek bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat we (of in geval onze ogen en hersenen) iets qua proportie mooi vinden, niet saai en spannend.

Figuur 2, Principetekening van het Parthenon in Athene

In bovenstaande figuur, een principetekening van het Parthenon in Athene, komt veelvuldig Fie terug. Maar ook in het Louvre, in de menselijke hartslag, in de vingerkootjes, in de reeks van Fibonacci en in gezichten van mensen komt veelvuldig Fie terug. Het principe van het gulden snede-concept toepassen in een visualisatie en een bouwwerk levert vaak bewondering en verwondering op van de aanschouwer. Het principe is geldig binnen de context van aarde en daarom van toepassing bij alles dat we ontwerpen.

Het gebruik van principes in een ontwerp van een bouwwerk of een landschap om een perfect resultaat na te streven, is al eeuwenoud en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt door architecten in het vakgebied van architectuur. Omdat architectuur sinds een jaar of dertig ook in ondernemingen wordt toegepast, in vormen als enterprise architectuur en ICT-architectuur, leidt dit tot het waarnemen, onderkennen en gebruiken van geheel nieuwe principes binnen architectuur. De innovatie van principes is daarmee op dit moment in volle gang. Het is in feite voor elke architect in de onderneming flink pionieren. Daarom is het van belang om al die nieuwe soorten architecten te voorzien van een kort en krachtig historisch perspectief op principes dat bijdraagt aan het op een meer correcte wijze waarnemen, formuleren en gebruiken van principes als instrument bij architectuur.

Naast ontwerpprincipes zijn er veel verschillende soorten principes. Architectuurprincipes worden door architecten vaak beleefd als zijnde die principes uit de constructieve, operatieve en decoratieve concepten die stijlbepalend zijn voor de prestaties en kwaliteiten van het bouwwerk. Lang niet alle principes zijn daarmee (automatisch ook) architectuurprincipes. In dit artikel behandelen we in dit licht overigens wel met name stijlbepalende principes.

Wanneer is de mens begonnen met principes?

Dertigduizend jaar geleden, zo blijkt uit archeologisch onderzoek, waren mensen als jager / verzamelaar bezig in het voorzien van tijdelijke behuizing zoals tenten en andere schuilplaatsen. Dit kan worden gezien als de vroegste vorm van architectuur. Mensen hadden een schild nodig dat beschermde. In de winter kon een niet-verplaatsbare grot uitstekend voldoen. Echter als jager / verzamelaar had je in de andere seizoenen meer behoefte aan tijdelijke schuilplaatsen op plekken die je zelf als mens uitkoos in een verzamel- of jachtgebied (later zijn we dit domeinen gaan noemen) om in een groot gebied met grote afstanden vrij te kunnen rondtrekken naar daar waar het eten was.

De vroegste vormen van tijdelijke schuilplaatsen dienden bescherming te bieden tegen zon en regen en ook tegen overstroming en aanvallen van dieren en andere mensen. Het creëren van tijdelijke schuilplaatsen was het startsein voor architectuur en het omgaan met principes. Immers er diende iets bedacht en gebouwd te worden dat voor enige tijd voorzag in bepaalde vereiste functies waarbij bij de realisatie rekening moest worden gehouden met externe factoren zoals bedreigingen. Maar ook met de beschikbaarheid en eigenschappen van de materialen en gereedschappen die gebruikt werden bij het realiseren van het bouwwerk.

De mens heeft als het een schuilplaats wil creëren de natuurlijke drang om een beschermend schild (een dak) te laten steunen op of tegen een ondersteuning (een boomstam, rotswand of de grond). Als er geen boomstam of rotswand beschikbaar is, maar wel takken, dan kan een wigwam of punttent constructie worden gemaakt waar het schild tegenaan kan leunen. Hierbij dient steeds rekening te worden gehouden met krachten van takken die in een punt tegen elkaar aan zijn gezet: de wijze waarop de punttent-constructie of wigwam in elkaar wordt gestoken en mag worden belast en wat er aan activiteiten in de wigwam mag worden uitgevoerd wil de constructie stand houden. De wijze waarop het punttent-concept in elkaar steekt en werkt, wordt door sommige bouwkundigen het principe van het punttent-concept genoemd. Bij het ontwerpen van een tent kan het ontwerpprincipe puntconstructie worden genoemd. Ook hier geldt dat de natuur met de zwaartekracht als principe al zorgt voor effectieve handhaving van de werking van het principe.

Bij het creëren van een schuilplaats die moet voldoen aan eisen (gestelde normen), dienen er ontwerpvraagstukken te worden opgelost. Bij het oplossen van deze ontwerpvraagstukken wordt naast de eisen en de werking van oplossingsrichtingen (concepten), ook gebeurtenissen (fenomenen), en eigenschappen van anderen objecten (systemen), materialen en gereedschappen in de omgeving betrokken bij de keuze voor oplossingsrichtingen. Ook wordt gekeken naar inpassing van het bouwwerk in de omgeving, materialen en gereedschappen. Schaarste en beperkende omstandigheden zijn hier ontwerpruimte beperkende factoren waar rekening mee gehouden diende te worden.

De wijze waarop oplossingsrichtingen werken, de wijze waarop systemen, materialen en gereedschappen in elkaar steken en werken en de wijze waarop fenomenen zich voordoen, worden in bouwkundige architectuur gezien als de principes van deze oplossingsrichtingen, systemen, materialen, gereedschappen en fenomeen. Zo zijn er dus systeemprincipes, materiaalprincipes, gereedschapprincipes en fenomeenprincipes.

Zwaartekracht

Éen van de eerste principes waar de mens onbewust mee te maken had bij het bouwen van schuilplaatsen was het principe van zwaartekracht. Er was geen ontkomen aan: je moest er altijd rekening mee houden. Zwaartekracht is een aantrekkende kracht die twee massa’s op elkaar uitoefenen. Zwaartekracht neemt evenredig toe met een massa en is er daarmee de oorzaak van dat alles op aarde een aardgerichte kracht ondervindt. Door de grote massa van de aarde wordt er voor gezorgd dat andere kleinere massa’s zo hard worden aangetrokken door de aarde, dat ze zich er normaliter niet continu van kunnen losmaken. Als een constructie op de aarde niet stevig genoeg is ten opzichte van belasting voor korte of lange tijd dan stort de constructie in. Helaas zijn er in het verleden veel slechte constructies eerst geprobeerd voordat duurzame constructies werden bedacht die jarenlang mee konden gaan of na instorting of vernieling weer konden worden opgebouwd. Wanneer een space-shuttle wordt ontworpen gebruikt men zwaartekracht en gewichtsloosheid als ontwerpprincipe met beide hun eigen context: de space-shuttle op aarde en de space-shuttle in de ruimte. De uitdaging voor de architect is om systemen te ontwerpen in de space-shuttle die kunnen werken ongeacht welk principe geldt. Men houdt dan bij het ontwerpen rekening met de verschillende wijzen waarop ‘de wereld’ of alles binnen de context waar de space-shuttle zich in bevindt werkt. Men houdt dus rekening met de principes die gelden en dit levert door het rekening houden met de werking betere oplossingen op. Omdat de natuur voor handhaving van de werking van zwaartekracht en gewichtsloosheid zorgt, kom je er niet onder uit en houdt je altijd rekening met deze principes. Daarom noemen we deze principes ontwerpprincipes.

Baksteen

We verplaatsen ons nu naar een periode ongeveer tienduizend jaar geleden. De mensheid is begonnen met het bouwen van steden zoals Jericho. Dit kwam omdat mensen overschakelden van jager / verzamelaar naar akkerbouw en nederzettingen een meer permanent karakter kregen. De mens trekt massaal naar de steden toe vanwege het hogere niveau van voorzieningen, om er te wonen en om handel te drijven. De huizen die worden gebouwd zijn rond van vorm en gemaakt van modder. Maar er is wel iets nieuws onder de zon. De bouwers in Jericho hebben een innovatieve technologie tot hun beschikking: de baksteen. Deze is gemaakt van klei en gebakken in de zon en de buitenkant heeft een afgeronde vorm om ronde huizen mee te kunnen bouwen. Het principe van de baksteen is dat door het gebruik van gelijkvormige onderdelen een steviger muur kan worden gemaakt dan wanneer de muur uit één geheel van modder en klei bestaat. Met een bakstenen muur kan een huis hoger en groter worden gemaakt dan anders en biedt het nog steeds voldoende weerstand bij gewoon gebruik en belasting. In feite is het bouwen van een sterker geheel uit kleine gekoppelde onderdelen een gevolg van het rekening houden met het ontwerpprincipe ‘versteviging’. Vandaag de dag is Nederland overigens internationaal bekend om architectuur met baksteen.

Een tweede innovatie in steden was een paar duizend jaar later. In kleine nederzettingen begon men een geplaveide weg te maken en huizen te bouwen aan weerszijden van de weg. Het principe van de geplaveide weg is dat door een verharde ondergrond huizen beter bereikbaar zijn voor mensen en bevoorraad kunnen worden met goederen onafhankelijk van de weersomstandigheden. Ook plaveien kan men weer zien als een ontwerpprincipe. Voordat de weg is gerealiseerd geldt het principe van plaveien al in zijn algemeenheid.

Boog

In steden zijn voor de huizen en gebouwen (de bouwwerken) nog een extra behoefte gekomen: status en maatschappelijke functies of infrastructurele voorzieningen voor het algemeen nut. Daar waar huizen eerst werden ontworpen en gebouwd gericht op constructieve functies en operatieve functies, werd het uiterlijk van het bouwwerk belangrijker: de decoratieve functies. Architecten, of ontwerpers en bouwheren van bouwwerken, kregen de opdracht om kunst, cultuur en geloof te gebruiken in decoratieve elementen op de bouwwerken. De bekende boog als constructief element werd bijvoorbeeld ook als decoratief element ingezet. Vandaag de dag maken sommige architecten er een sport van om ‘constructieve elementen’, zoals ondersteunende palen, in de vorm van decoratie aan de buitenkant van een gebouw te tonen, terwijl de echte constructie van een gebouw verborgen blijft. Architecten hebben heel veel kennis nodig van principes om zo te kunnen ‘spelen’ met de principes van materialen en de natuur.

Schaarste

Omdat in steden er grote hoeveelheden mensen bij elkaar wonen werden de bouwmaterialen in de nabije omgeving van de steden schaarser. Hierdoor ontstond ook het vraagstuk hoe om te gaan met schaarste en transport van bouwmaterialen (het principe van schaarste geldt bijvoorbeeld in de fysieke wereld vaker dan in de digitale wereld, waar het makkelijker is om kopieën van iets te maken). Een oplossing die al in heel vroege tijden werd gebruikt was om op de plaats waar bouwmaterialen werden gewonnen, zoals klei of hout, al de eerste bewerkingen op deze materialen uit te voeren, zoals het schaven en zagen van hout en het bakken van klei, waarbij er rekening werd gehouden met de wijze van vervoeren: alles moest goed stapelbaar zijn. Dit zorgde ervoor dat grote hoeveelheid voorbereide materialen goedkoper, sneller en beter konden worden getransporteerd naar de plek waar de bouwwerken werden opgericht. Dit is in feite een vroeg efficiencyprincipe: door gewonnen grondstoffen voor te bereiden op transport kan dat transport goedkoper plaatsvinden en over grotere afstand. Ook de transportvoertuigen die ontstonden werden afgestemd op het soort materiaal dat moest worden vervoerd.

Piramide

We verplaatsen ons naar Noord-afrika. In de derde dynastie van Egypte, onder Farao Djoser, was het de vizier en architect Imhotep die de scepter zwaaide over het ontwerp en de bouw van de eerst bekende trappiramide in Cairo. Hieronder staat een schematische weergave hoe in vijf stadia de piramide is geworden tot de piramide zoals we hem kennen. De piramide is in eerste instantie alleen als mastaba (een rechthoekige bank) gebouwd. Om onbekende redenen is men trapplagen bovenop op de mastaba gaan toevoegen. Het principe dat hierbij werd gehanteerd is: door het grondvlak te vergroten wordt ervoor gezorgd dat er trappen kunnen worden toegevoegd aan de piramide waarmee de piramide groot en imposant kant worden gemaakt en het lijkt alsof het een groot geheel is. Bij de verbouwingen van deze piramide heeft men bouwkundig gezien goed nagedacht over hoe je een bouwwerk duurzaam en toekomstvast uitbreidbaar maakt.

Figuur 3, Principetekening van de fasen van bouwen van een piramide 

Aquaduct

Ongeveer tweeduizend jaar geleden waren het de Romeinen die zich realiseerden dat vers water essentieel onderdeel is van het bestaan van de mens. Daarom werden veel nederzettingen in de nabijheid van rivieren gebouwd. Om nederzettingen op grotere afstand van water te kunnen voorzien werden aquaducten gebouwd. Het principe van het aquaduct is eenvoudig. Door een regelmatig verval van water vanuit een gemetseld kanaal of pijpleiding van aardewerk, steen, cement of lood wordt ervoor gezorgd dat water vanzelf van bron naar bestemming loopt.

Figuur 4, principetekening van schachten voor een ondergronds auquaduct

Vaak liep 80% van een aquaduct ondergronds, waarbij men schachten groef om (vanuit bijvoorbeeld huizen) water te winnen. Zie hiervoor figuur 4.

Opera

Het Palais Garnier, de opera van parijs, is één van de meest bijzondere architectonische bouwwerken die we kennen. Baron Haussman, heeft zijn bouwkundige visie, na het succesvol winnen van de ontwerpwedstrijd, met de opera kunnen realiseren. Er werd door hem een innovatief concept van gegoten ijzer en staal gebruikt zodat in serieproductie zeer robuuste, transporteerbare en eenvoudig assembleerbare standaardonderdelen konden worden gemaakt. Dit zodat een enorm groot maar gracieus bouwwerk, althans haar draagconstructie, in korte tijd kon worden gemaakt. Een dijk van een principe zullen we maar zeggen. De opera in parijs is nog steeds de grootste opera ter wereld en heeft de grootste kroonluchter ter wereld. De opera, waar ook de mythe The Phantom of the Opera vandaan komt, combineert pracht en praal binnen en buiten het bouwwerk. Alle kunsten en alle kunden zijn in optimale vorm met elkaar gecombineerd en hebben geresulteerd in één van de allermooiste gebouwen ter wereld.

Figuur 5, fotografisch beeld van de Opera Garnier, het mooiste architectuur bouwwerk ter wereld?

De innovatie van staalconstructie is ook gebruikt in de Eiffeltoren en vele andere gebouwen. Zo zorgde de staalconstructie ervoor dat grote ramen mogelijk werden in gebouwen. Maar ook het Amerikaanse Vrijheidsbeeld en wolkenkrabbers maken als basis gebruik van het principe van constructies uit geassembleerde gegoten ijzer- en staalonderdelen.

Spitsboog

Iedereen kent wel de architectuurstijlen van Romaanse kerken en Gotische kerken, maar wat is nu één van de grote verschillen? Een principe uit de architectuur van wereldgeschiedenis dat daarom hier niet mag ontbreken is het principe van hogere kerken en meer lichtinval door het gebruik van spitsboog constructies. In Romaanse kerken is getracht de Romeinse bouwvorm technieken te laten herleven in de kerken, waaronder de bouwvorm techniek ‘boog’. Het gebruik van tongewelven, grote rechthoekige pijlers, scheibogen en gordel bogen maakt het gebouw zwaar en zorgde voor weinig lichtinval. Toen men van mening was dat in kerken veel meer licht diende te komen en dat de kerken veel groter gemaakt moesten worden is men begonnen met het gebruik maken van de spitsboog constructie in de gewelven. Bij de gotische kunst is men daarna doorgegaan met de spitsboog, zodat ook in de ramen spitsboog constructies werden gebruikt. Met als resultaat veel hogere kerken met meer grote glas-in-lood ramen die veel lichtinval creëerden. Zo zien we dat we het grootste verschil tussen de zware romaanse bouwwijze en een ornamentgerichte gotische kunst met een principe kunnen beschrijven.

Figuur 6, fotografisch beeld van de gewelf-spitsbogen in de Notre Dame

Bovenstaande figuur toont goed het gebruik van spitsbogen in de gotische kerk: De Notre Dame.

Geloofsovertuiging

Naast bouwwerken zijn er ook in geloofsovertuiging principes die gebruikt worden om te verklaren hoe systemen en fenomenen in elkaar zitten en meer duurzame oplossingen te bedenken. Een mooi principe om hier te behandelen is het Dhamma principe. In het boeddhisme wordt Dhamma gezien als het universele principe, leer of waarheid. Dhamma is de natuurwet die de Boeddha ontdekte. Dhamma als principe zegt onder andere: door een toevlucht te zoeken in de vier edele waarheden krijgt men een veilige toevlucht zodat men wordt bevrijdt van al het lijden. Verder wordt gesteld dat door te handelen in overeenstemming met de natuurwetten men goed doet, en door goed te doen men weer goed ontmoet. Wat we hier duidelijk proberen te maken is dat principes worden gebruikt om wetmatigheden of gehandhaafde werking op te sporen en deze te hergebruiken. In deze verschillen de principes in geloofsovertuiging niet veel met de principes in de bouwkunde.

Hergebruik

In de wereld zijn er steeds meer initiatieven die zich erop richten om afval als gevolg van het levenseinde van producten te hergebruiken als input voor nieuwe producten. Recycling is echter al heel oud, maar daar is nu een nieuw hoofdstuk aan toegevoegd. Door oplossingen te laten bestaan uit onderdelen waarbij al rekening gehouden is met het feit dat ze zullen worden hergebruikt, leidt dat tot het eenvoudiger, eerder en vaker hergebruiken van deze onderdelen. Bij de productie van deze onderdelen kan met bijvoorbeeld minder belastende grondstoffen worden gewerkt of bevestigingsmaterialen steviger en hersluitbaar worden gemaakt. Deze wijze van pro-actieve recycling zien we als het cradle-to-cradle (van wieg-tot-wieg) concept. Het principe van cradle-to-cradle is dan: door altijd gebruik te maken van duurzame en vriendelijke materialen en grondstoffen en onderdelen bij de productie al voor te bereiden op hergebruik wordt ervoor gezorgd dat onderdelen vaker worden gebruikt voor hergebruik, waarmee er minder afval is. Het cradle-to-cradle principe wordt afgekort tot Waste=Food.

Het principe van cradle-to-cradle kan in de toekomst goed werken, alleen stelt het wel de voorwaarde dat bij het ontwerp, productie en assemblage van onderdelen nog veel meer dan nu rekening wordt gehouden met toekomstig hergebruik van onderdelen.

Ethiek en Verkeer

Als we verder kijken naar de geschiedenis van principes dan vallen een paar zaken op. Opvallend is dat buiten de bouwkunde in bijvoorbeeld ethiek of bij veiligheid en verkeer principes nog wel bedoeld zijn als uitleg van de werking, maar dat ze minder volledig of correct worden geformuleerd.

Mensen die in de zorg werkzaam zijn, zoals artsen en verpleegsters, worden de prima facie principes onderwezen. Deze principes geven uitleg aan waar en hoe rekening mee gehouden moet worden met mensen bij de behandeling van hun ziekte of kwaal. Zo geldt er volgens de ethiek de prima facie verplichting. In de ethiek stelt men dat als principes met elkaar conflicteren er geen regel is die bepaald welk principe bepalend is voor de oplossing van het probleem. De conflicterende principes dienen te worden gewogen. Met argumenten dient te worden aangedragen waarom een bepaald principe wel of niet wordt gevolgd. De doelmatigheid en nuttigheid van een behandeling kan zo worden onderbouwd. De vier prima facie principes die in de wereld alom worden erkend zijn:

  • Respecteren van autonomie
  • Weldoen
  • Allereerst geen schade berokkenen
  • Rechtvaardigheid

Soms moet je om iemand te helpen iemand pijn doen, hoewel je dat misschien helemaal niet wil. Deze vier principes helpen je daarbij. Het principe van respecteren van autonomie zegt zoveel als: ‘Door zelf te kunnen beslissen over wie aan je lichaam zit, wie je behandeld en welke behandeling je krijgt wordt ervoor gezorgd dat je je meer kunt vinden in de behandeling zelf en er zelf meer in mee gaat waarmee de behandeling beter zal aanslaan en je sneller en beter zult herstellen en je ook verantwoordelijk bent en blijft over wat er gebeurt’.

Dit principe hanteer je alleen wanneer iemand ook voldoende handelingsbekwaam is of voldoende te doorzien is wat het gevolg is van bepaalde keuzes. Dit komt ook terug in het detail niveau dat je vertelt aan een patiënt over wie wat wanneer en waar gaat doen.

In het verkeer wordt onder andere met verkeerslichten, belijning en camera’s gezorgd voor handhaving van veilige oversteek, gemiddelde doorstroming van verschillende verkeersmodaliteiten (auto, fiets, brommer, voetganger) en zo weinig mogelijk ongelukken. Het principe van veilige oversteek van een kruising is een principe dat alleen werkt bij een goed werkend handhaving. Het principe van veilige oversteek is geen ontwerpprincipe, maar een principe dat we zelf moeten afdwingen.

Automatisering

Nu komen we in ons historisch reisverslag aan bij de jaren tachtig van de vorige eeuw (1980-1990). De mobiele telefoon, automatisering, computers, internet, websites en zoekmachines, nemen hun intrek in de onderneming en maken veel innovatie op het gebied van zaken doen en werken mogelijk. We staan er niet vaak meer bij stil, maar het is nog maar kort geleden dat informatie, communicatie en transacties niet altijd, overal, onafhankelijk van tijd, plaats, of medewerker kon worden gedaan.

De architecten van de ondernemingen van vandaag hebben grote uitdagingen om al die nieuwe beloften en innovaties, waarvan sommige zijn bewezen en sommige niet zijn bewezen, als pijlers fundamenteel en strategisch in te zetten. Hierbij is het van belang om goed de principes van concepten en de principes in de wereld om ons heen te kunnen zien. Anders vecht je tegen deze onzichtbare windmolens.

In 1920 was er nog niemand in de wereld die ooit voor mogelijk had gehouden dat binnen honderd jaar je in één seconde een brief kon versturen naar de andere kant van de wereld en dan binnen een minuut alweer antwoord kon krijgen. De wereld is daardoor figuurlijk gezien veel kleiner geworden. De mogelijkheid om te innoveren in een onderneming heeft met zich meegebracht dat er veel ontworpen en gebouwd wordt in ondernemingen. Fundamentele vernieuwingen in het procesmatig werken, de werkplek, het businessmodel, nieuwe informatiesystemen en virtuele ICT-infrastructuren zijn aan de orde van dag. Er wordt daardoor ook steeds vaker met architectuur gewerkt, om dezelfde reden als dat bouwkundigen dat doen: om duurzame en toekomstvaste bouwwerken te kunnen maken, die voor het hier en nu perfect hun werk doen, maar ook kunnen worden aangepast in de toekomst aan de dan geldende behoeften die we nu nog niet precies weten.

Samenvatting en conclusie

Door naar de wereld te kijken vanuit de optiek dat een principe ons uitlegt hoe systemen, zoals bouwwerken, concepten en fenomenen werken, worden we ons vele principes gewaar. De mens leert steeds meer principes te zien in de wereld om zich heen. Zo zijn we naarstig opzoek naar nieuwe principes voor duurzame energiewinning en het duurzaam bestrijden of zelfs voorkomen van ziekten. We zijn dan op zoek naar de gehandhaafde wijze waarop systemen zoals bouwwerken, concepten en fenomenen in elkaar steken, werken en zich gedragen. Dat levert soms voordelen op en die voordelen willen we reproduceren in andere bouwwerken, concepten en fenomenen.

Bij het vernieuwen van organisaties, op het gebied van e-dienstverlening, wordt ook steeds vaker met enterprise architectuur, informatie architectuur en ICT-architectuur gewerkt. Dit om zo goed mogelijk complexe bedrijfs-ICT-bouwwerken te kunnen ontwerpen en te realiseren. Wat daarbij dan van belang is, om niet alleen de term architectuur en principes te hergebruiken uit de bouwkundige architectuur, maar ook de definitie en functie. Alleen dan kan architectuur als kunst en kunde voor het ontwerpen en realiseren van prachtige bouwwerken succesvol in de organisatie worden toegepast.

In de hedendaagse praktijk van enterprise architectuur zien we dat normatieve uitspraken zoals eisen, uitgangspunten, randvoorwaarden, regels en doelen worden gelabeld als principe. Dit terwijl het werkingsmechanisme of gehandhaafde wijze waarop iets werkt, zodat het een bepaald voordeel produceert, niet staat benoemd. Bij het ontwerpen en realiseren van bouwwerken wreekt zich dat. Zo zijn nog lang niet alle projecten onder architectuur succesvol.

Daarom, de geschiedenis van principes overziend: label normatieve uitspraken nooit als principe, maar label altijd en alleen gehandhaafde-werkwijze-uitspraken als principe.

Dit artikel is als voorpublicatie een integraal deel uit het boek ‘De geschiedenis van architectuurprincipes’, dat eind 2010 als e-book verschijnt. Het artikel is een tussenresultaat van het promotieonderzoek van Mark Paauwe naar architectuurprincipes onder leiding van Erik Proper op de Radboud Universiteit Nijmegen.

 

Titel: De geschiedenis van architectuurprincipes

ISBN: 9789490873035
Uitgever: Paauwe Group BV

Categorie:   
Auteur(s)
afbeelding van markpaauwe
Mark Paauwe
Dragon1 Inc. - CTO

Mark is zeer actief in het enterprise architectuur vakgebied. De kans is groot dat je hem op een evenement tegenkomt en dat het gesprek al gauw over architectuurvisualisaties en architectuurprincipes gaat.

 
Reacties
Ton Eusterbrock op maandag 8 november 2010 14:36

Beste Mark,
Leuk artikel. Het is vooral leuk dat je de werking van principes uitlegt aan de hand van veel niet-digitale voorbeelden.
Als je op deze wijze naar principes kijkt dan zou het werken met principes binnen de digitale wereld een stuk simpeler moeten zijn dan wij het vaak met elkaar maken.

In je slotbetoog geef je al aan dat "de architect" meer bezig is met het formuleren van normatieve uitspraken en deze als principes benoemt.
Ik denk dat het verkeerd labelen nog niet zozeer het probleem is maar juist het niet kennen van de achterliggende principes is het probleem.
Normen zijn namelijk zinloos als de achterliggende waarde onderbelicht blijft.
Dit kwam ook ter sprake in één van de eerste kabinetten balkenende waar de normen-en-waarde discussies zo expliciet gestart zijn. Het tegencommentaar destijds was vooral dat de normen zo ter discussie werden gesteld en juist niet de gemeenschappelijke waarde die we nastreven.

Maar ook als zouden we de principes kennen, dan nog blijft het lastig een goed palet van normatieve uitspraken op te stellen. Met andere woorden het werk van de architect blijft nog steeds een hele klus. Ik zie wel in dat deze normen dan wel doeltreffender zullen zijn. Maar het zal altijd een vak blijven om een goed architectuurontwerp op te stellen, niet alleen bestaande uit principes die de werking aanduiden, aangevuld met de juiste (handhaafbare) normen.

Mark Paauwe op dinsdag 9 november 2010 10:07

Goed om te lezen dat je je erin kunt vinden. Maar onderschat niet de problemen die de meeste architecten elke dag weer introduceren door normatieve uitspraken ('hoe iets dient te gebeuren') te labelen als principes ('hoe iets altijd werkt').

Als je als architect bijvoorbeeld een normatieve uitspraak zoals een eis labelt als principe, dan wek je daarmee de indruk dat die eis altijd en overal geldig is, terwijl dat nog lang niet het geval is op het moment dat je nog alleen maar de eis stelt (die wellicht ook nog niet eens is goedgekeurd door de opdrachtgever). Het is hetzelfde als met wetten: het uitvaardigen van een wet maakt nog niet dat deze wordt nageleefd.

Mijn uitdaging is daarom ook om architecten te leren dat 'wij slaan gegevens altijd eenmalig op' geen principe is, maar een normatieve uitspraak, zoals een doel, uitgangspunt of eis. En dat voordat dit eenmalige opslaan van gegevens daadwerkelijk altijd en overal wordt gedaan, zodat anderen zich van die waarheid afhankelijk mogen maken, er heel wat wijn door de moezel is gestroomd. ‘Wij slaag gegevens altijd eenmalig op’ zegt niets over hoe iets altijd werkt.

'Door gegevens altijd eenmalig op te slaan wordt ervoor gezorgd dat inconsistente versies van gegevens worden voorkomen waarmee de organisatie minder fouten maakt in haar dienstverlening' is overigens wel een principe, de beschreven werking is onweerlegbaar en daarmee richtinggevend voor je ontwerp. Dit principe is vaak de achterliggende reden om te kiezen voor de eerder genoemde eis.

Dat je als eis stelt dat een bepaald principe dient te worden gehanteerd in een ontwerp, maakt nog niet dat je eisen mag labelen als principe. Zo zie ik vaak ‘7x24’ als principe in documenten staan. Maar dan wordt vaak bedoeld: De opdrachtgever eist het volgende: de ICT-dienstverlening en informatiesystemen dienen 7x24 uur beschikbaar te zijn voor gebruikers. Deze eis kost een hoop gedl en de opdrachtgever moet zich hiervan bewuwst zijn en deze eis officieel te accorderen. Een achterliggend principe voor het stellen van deze eis zou kunnen zijn: 'door 7 x 24 uur informatiesystemen beschikbaar te stellen aan gebruikers (medewerker en klant) wordt ervoor gezorgd dat iedereen altijd kan werken of e-diensten kan afnemen'. Je ziet ook hier dat er een wezenlijk verschil is tussen de eis / normatieve uitspraak (hoe iets moet) en het principe (hoe iets werkt).

In feite is het heel eenvoudig: Of je bouwt je architectuur op principes (gewapend beton) of je bouwt je architectuur op normatieve uitspraken (drijfzand). De keuze is aan de architect.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
Indien het niet lukt om een reactie te plaatsen, stuur dan uw reactie naar redactie@xr-magazine.nl.
Alle inzendingen dienen correct, professioneel en beschaafd te zijn. IP-adressen worden gelogd, maar niet gepubliceerd. De redactie van XR Magazine behoudt zich het recht voor om anonieme reacties (niet op naam) of zonder geldig e-mailadres, te verwijderen zonder kennisgeving. Ook reacties waarin commerciële uitingen worden gedaan en/of commerciële producten en diensten worden aangeboden worden door de redactie verwijderd of ontdaan van commerciële uitingen zonder kennisgeving.